CAW Antwerpen

U bent hier

Durf het probleem benoemen en los het op!

28.03

Durf het probleem benoemen en los het op!

Freek Spinnewijn en Axel Daeseleire over innovatie in de dak- en thuislozenzorg

Freek Spinnewijn en Axel Daeseleire hebben iets gemeen: impact op het debat over innovatie in de dak- en thuislozenzorg. Ze winden er beiden ook geen doekjes om en willen voluit vertellen over hun ervaringen met dit thema. Bovendien maakten ze allebei tijd vrij om hun ideeën samen te leggen voor Stroom! 

Een stelling die we horen in de begingeneriek van Project Axel. Freek nuanceert: “Statistisch gezien is het natuurlijk niet volledig uitgesloten dat iemand als u of ik dakloos wordt, maar eigenlijk mogen we dat zo niet stellen. De meeste daklozen worden dat niet enkel door een tragische en toevallige samenloop van omstandigheden. Er zijn heel wat zaken die de kans op dakloosheid vergroten zodat je het haast kan voorspellen. Denk maar aan kinderarmoede, vroegtijdige schooluitval, patronen van geweld, een problematische opvoedingssituatie, een detentieverleden, enz.” 

Axel treedt hem aarzelend bij: “Dat klopt misschien voor een flink aantal deelnemers van het programma, maar toch: te veel muizenissen in je hoofd, hier en daar de verkeerde keuze en voor je het weet sta je op straat. Niet enkel de oorzaak van hun huidige situatie, ook hun beleving ervan was heel verschillend. Op de vraag ‘hoe lang ben je dakloos?’ kreeg ik heel uiteenlopende antwoorden. Dat kon in hetzelfde gesprek variëren van drie weken tot vier jaar. Wanneer men bijvoorbeeld enkele dagen bij een vriend op de zetel had geslapen, leek het alsof ze zelf twijfelden of ze dan nog dakloos waren.”

“Dakloosheid is inderdaad een dynamisch proces,” zegt Freek. “Iemand leeft enkele weken op straat, daarna enkele weken bij een kennis op de zetel of er wordt een kraakpand gevonden. Na een tijdje zijn de mogelijkheden uitgeput en kiest men toch weer voor de nachtopvang. Als je dakloosheid te eng definieert, kom je enkel bij de chronische daklozen terecht en dat is maar een klein percentage van de groep. Dat verklaart het ‘dark number’ in de telling van dak- en thuislozen. Ze verdwijnen af en toe van de radar, maar dat wil niet zeggen dat ze er niet meer zijn.” Axel bevestigt: ”Voor het programma zochten we naar het juiste aantal daklozen in Antwerpen. We kregen uiteindelijk 500 te horen, maar hier en daar circuleerde ook het cijfer 1000. Ik vond dat straf, dat gegoochel met cijfers.” 

Freek vervolgt: “In Europa en de VS is heel wat onderzoek gedaan naar dak- en thuislozen, maar in Vlaanderen wordt veel te vaak beleid gevoerd vanuit de buik. Wetenschappelijke evidentie is hier weinig ontwikkeld. We communiceren wat we voelen, niet wat we weten. Je rijdt dan in het donker en dat is een gemiste kans. Zo wordt bijvoorbeeld vaak een link gelegd tussen dak- en thuisloosheid en ongelijkheid in de samenleving, maar ik heb die link nooit bewezen gezien. Tsjechië is het meest inkomensgelijke land van Europa, maar toch zijn precies daar de meeste daklozen. Hoe verklaar je dat dan? Alleen werken aan ongelijkheid lost het probleem niet op. De kloof tussen arm en rijk wordt dan misschien kleiner, maar dak- en thuislozen zijn daar minder mee geholpen.” 

“We moeten vooral de extreme armoede durven benoemen. En met wat creativiteit is er voor alles een oplossing. Neem bijvoorbeeld de preventie van uithuiszetting, waar ook veel onderzoek naar is verricht. Daarbij bleek het profiel van mensen die uit huis gezet worden moeilijk te vatten. Het profiel van de huisbaas die mensen uit huis zet, was daarentegen veel duidelijker! Dáár kan je dan mee aan de slag. Heel logisch eigenlijk, maar iemand moet het initiëren.”

Dakloosheid oplossen 

”Wat me sterk opviel,” stelt Axel, “is dat niet alleen de materiële schaarste een probleem was, maar evengoed het gebrek aan sociaal weefsel. Een gebrek aan ‘samenBEleving’ noem ik dat. Ik zag veel eenzaamheid. Mensen die echt het gevoel hadden nergens meer terecht te kunnen. Je zou kunnen zeggen dat dakloosheid voor een stuk tussen je oren zit. Kijk maar naar onze deelnemer uit Oostende. Hij vond het in het begin heel moeilijk aarden in zijn nieuwe appartement. Hij was rusteloos. Eenzaam.”

Freek onderbreekt: “Dat kan je zo eigenlijk niet stellen. Hoeveel mensen zijn er niet eenzaam in hun appartement? Hoeveel mensen misbruiken thuis alcohol of drugs? Hier komen we tot de essentie van Housing First, dé oplossing om dak- en thuisloosheid zo goed als op te lossen. Dat is de kern van de innovatie die we zoeken: niet langer dakloosheid beheersen of managen, maar ze oplossen! Geef mensen een woning.”

“Kijk, in heel Europa werkt de dak- en thuislozenzorg volgens een trapsgewijs opvangbeleid: van de nachtopvang naar de mannenopvang, naar studiowonen om dan te eindigen in een duurzame woning. Die tijdelijke woonvormen worden dan gebruikt om al je andere problemen aan te pakken: van financiële problemen tot relatie- en alcoholproblemen. De opvang als artificiële wachtkamer voor het leven. Bij Housing First zegt men: sla die wachtkamer over! Zorg eerst voor een stabiele woonvorm en laat mensen dan de rest van hun leven weer oppikken. Zijn die problemen dan allemaal direct opgelost? Natuurlijk niet! Maar ondertussen wonen ze wel in een huis en dat is toch al één groot probleem minder. Voor hen  

 

én de maatschappij.” Axel volgt die redenering: “Dat lijkt me logisch. Het was ook de piste die wij volgden: eerst een huis, dan werk of een opleiding. Een eigen plek is belangrijk om uit de vicieuze cirkel te geraken.” 

Heel wat onderzoek uit onder andere de VS, Finland en Denemarken toont aan dat Housing first werkt. Voor minstens 80% van de doelgroep toch. Maar in Vlaanderen komt het moeilijk van de grond. Onze eigen organisatie maakte een hele tijd geleden al de beleidskeuze om opvang af te bouwen ten voordele van duurzaam wonen. Maar er lijken simpelweg niet genoeg woningen beschikbaar, om nog maar te zwijgen over de moeilijkheid huisbazen te overtuigen om te verhuren aan deze doelgroep. En wat doen we dan met die 20% voor wie het niet werkt? 

Freek rolt met zijn ogen. “Dit is ook weer typisch Vlaams. We maken steeds beleid vanuit de uitzondering. Want iedereen kent wel iemand voor wie het niet werkt. In Finland startte men 20 jaar geleden met 18.000 daklozen. Ondertussen is de opvangsector daar gereduceerd tot 50 bedden. Er is haast onmiddellijke doorstroom naar een permanente woonvorm mogelijk. Men heeft dat stap voor stap aangepakt. Ook daar was het moeilijk, maar moeilijk gaat ook. Dat mag je er niet van weerhouden eraan te beginnen, toch? Benoem het probleem en los het op! Deze mensen hebben geen huis en heel wat miserie. Geef ze alvast een woning en werk samen met hen aan hun miserie.” 

Nagels met koppen 

In Project Axel zagen we dat mensen vertrouwen geven werkt. De meesten kunnen écht wel ergens wonen, eventueel met de nodige begeleiding. “Natuurlijk kunnen ze dat,” bevestigt Axel. “Het is eigenlijk absurd te denken van niet en hen eerst door een batterij hulpverleners te sturen als voorwaarde op een woning.” 

Vertrouwen geven. Daar zijn we het helemaal mee eens. Maar 10.000 euro kunnen geven, helpt natuurlijk… “Je ziet dat mensen twee keer nadenken bij het besteden van zo’n groot bedrag.” vult Freek aan. “Mits het juiste duwtje in de rug en een vorm van vertrouwen, zie je dat mensen een groot deel van het geld gebruiken voor structurele dingen.” Axel vervolgt: “Natuurlijk kies je een keer voor wat luxe als je die mogelijkheid hebt na lange tijd van jezelf dingen ontzeggen. Hoe zou je zelf zijn? Ze aten een keer een lekkere steak friet of gingen naar een pretpark met de kinderen. Maar uiteindelijk werd er ook een appartement en een job gevonden. Vier van de vijf deelnemers waren heel tevreden met het verloop van het project. Het veranderde hun leven.” 

“En dat voor 10.000 euro! Dat is goedkoop,” lacht Freek. “In navolging van dit programma hoorde ik wel eens: ‘Allemaal goed en wel, maar we kunnen toch niet iedereen zo’n bedrag geven?’ Dat kunnen we wél. Eén bed in de opvang dat gedurende een jaar bezet wordt, kost de samenleving ongeveer 20.000 euro. Dat is duur en levert - cru gesteld - weinig op, want volgend jaar moet dat bed dan vaak opnieuw betaald worden.” 

 

Axel: ”Ik zei tegen de deelnemers: je bankkaart is de nagel, de begeleiding die je daarbij krijgt is de hamer om die nagels in de planken te kloppen. Samen bekijken we het grondplan en maken er iets van. Met enkel nagels ben je niks. Ook de deelnemers waren daarvan overtuigd, trouwens.” 

Wanneer we de bemerking maken dat onze hulpverleners geen nagels kunnen bieden om een stevig resultaat te verwezenlijken, erkent Freek dat onmiddelijk: “Ik heb veel bewondering en begrip voor de uitdagingen waar hulpverleners dag in dag uit voor staan. Ik begrijp heel goed dat werken in continue schaarste niet gemakkelijk is. Anderzijds heb je ook het juiste kader nodig: stimulerende beleidsbeslissingen waarin je interventies plaatsvinden. En daar wringt vaak het schoentje. Het daklozenbeleid ontstaat door gaten die andere beleidsdomeinen laten vallen: geestelijke gezondheidszorg, justitie, huisvesting, … Eigenlijk moet je die gaten binnen die domeinen dichten. Wanneer dat onvoldoende gebeurt, zien we de link met dak- en thuisloosheid.” 

“Laatst las ik in de krant een uitspraak van een progressieve Brusselse politicus: ‘het enige alternatief voor de nachtopvang is de straat.’ Dat kan je toch niet geloven?!” stelt Freek verontwaardigd. “Het alternatief voor nachtopvang is toch een woning?!! Trouwens: wie heeft dat concept ‘nachtopvang’ eigenlijk bedacht? Wie wordt daar beter van? Je wordt er om negen uur ’s ochtends buiten gezet om op straat, of in de elders gelegen dagopvang de dag door te komen. Hoe kan je nu verwachten dat iemand zo functioneert en stappen vooruit zet?” 

De spelregels van het leven 

Project Axel wist 560.000 kijkers te boeien en is daarmee een succes. Het programma baseerde zich op ‘The Amsterdam Project’, een tv-format dat werd ontwikkeld op basis van een Engels experiment: The Broadway Initiative. Dat was een initiatief waarbij de burgemeester van Londen daklozen van straat haalde voor de Olympische zomerspelen van 2012. Van de 13 personen die hulp en geld kregen van de stad Londen, hadden 7 van hen na verloop van tijd een dak boven hun hoofd en opnieuw contact met vrienden en familie. “Dát wilden wij ook doen,” zegt Axel. “We hadden ook twee naakte mensen op een eiland kunnen zetten. Daar kijken de mensen graag naar. Project Axel was in dat opzicht spannend: Gaan de mensen kijken? Gaat het project lukken? We zijn tevreden met het resultaat.” 

Freek stemt in: “Ik wil je feliciteren met het programma. Ik vind het respectvol gemaakt en het brengt de problematiek goed in beeld. Of je het echt een experiment kan noemen, laat ik in het midden. Het blijft een TV-format. Maar het creëert een bewustwording bij de publieke opinie.” 

Axel: ”Ik speel al eens graag een spelletje met vrienden. Als we Carcassonne spelen, moet ik een lange uitleg doen, omdat het een complex spel is: ‘let even op, het spel vergt in het begin wat focus. We doen het stap voor stap, spelenderwijs leer je het wel. Stel vragen als je ze hebt en de eerste ronde is om te oefenen…’ Soms denk ik dat ik voor project Axel hetzelfde heb gedaan: ik heb de deelnemers niet Carcassonne, maar het Leven leren spelen. Niet iedereen krijgt de spelregels namenlijk mee in de opvoeding. Sommigen hebben misschien wat meer rondjes nodig om te oefenen.” 

En verder 

Innovatie in de dak- en thuislozenzorg. Een sector waarin complexe problematieken zich met elkaar verweven. De onderkant van de maatschappij, voor sommigen onzichtbaar. Er zijn te weinig middelen, de vraag is te groot, de dagelijkse realiteit schrijnend. Het is permanent werken in schaarste. 

Freek, Axel en de dagelijkse realiteit van onze hulpverleners leerden ons dat elke individuele situatie complex is, maar dat wil niet zeggen dat ons beleid ook complex moet zijn. Dak- en thuislozen hebben geen woning. Als we dát probleem alvast oplossen, zijn we toch al een eind verder. Moeilijker moeten we het misschien niet maken?